Naam:  Wachtwoord:   Ingelogd blijven? Wachtwoord kwijt? (Waarom) Registreren
 
          
                         
Dit is het archief van Islamofobie.nl
Sinds juli 2014 verschijnen hier geen nieuwe stukken meer. De artikelen worden *) heringedeeld in acht categorieën: zie de knoppen links. Met uitzondering van de categorie 'Islam(itische ideologie)' is de indeling nu niet meer naar thema, maar naar aard van de stukken. Vier jaar lang lag het hoofdaccent op het voeren van de noodzakelijke ideologische strijd: zie het motto hierboven. In de komende jaren zal ik (initiatiefnemer en belangrijkste leverancier van teksten voor islamofobie.nl) me meer richten op de noodzakelijke politieke strijd. In termen van deze indeling: veel meer nadruk op Voorstellen, Politieke organisatie en iets meer op Opinie. LEES VERDER »
 
 
De onverbeterbaren

In 1970 dacht nog driekwart van de mensen wanneer ze ondervraagd werden dat ze moesten antwoorden, dat mensen die hun straf uitzaten daar beter van zouden worden.
Intussen is het bewijs dat dit niet zo is zo overweldigend dat dit niet langer heersende mening is en mensen zich ook niet meer verplicht voelen dat antwoord te geven.
Dat criminelen verbeterd of ´genezen´kunnen worden door straf of maatregel is statistisch niet aan te tonen ongeacht de methode van opsluiting of behandeling.
Wie er nog wel in geloven, zijn de mensen voor wie dat geloof deel uitmaakt van hun professionele habitus, voornamelijk daarom degenen die in het justitionele apparaat werkzaam zijn. Niet bij de politie, daar weten ze vanuit de eigen beroepservaring wel beter, maar rechters, officieren, gevangenbewaarders, welzijnswerkers en gevangenispsychiaters, daar treft men die opvatting nog aan.
»
Hun werk zou grotendeels zinloos zijn als ze niet meer geloofden. En zij worden er op uitgezocht. Een officier die er een ouderwets Christelijke opvatting op na houdt over zonde en zondaars, zou zich in de wereld van welzijn en recht niet meer thuis voelen en er door zijn collega’s trouwens ook niet lang worden getolereerd.
In 1970 was het fenomeen criminaliteit nog min of meer een randverschijnsel. Praktisch niemand kwam er zelf mee in aanraking. Sociale controle voorkwam veel criminaliteit en het aantal psychiatrische patiënten was relatief en absoluut geringer. Nu is, vooral in de grote steden, criminaliteit een onderdeel van het gewone leven. Wie op school zit of van het openbaar vervoer gebruik maakt komt ermee in aanraking. Over een moord kon in de vijftiger jaren nog jaren worden nagepraat, nu is het een dagelijks verschijnsel en niemand kijkt er meer van op. Maar de opvattingen uit de zeventiger jaren ijlen nog na.
De focus van de welzijnswereld op de dader in plaats van op het slachtoffer is zo allesbeheersend, dat tijdens de discussie over een moordzaak in de Kamer een Kamerlid haar welgemeende gevoelens van ontzetting kon richten aan de familie van de dader en naliet een enkel woord te wijden aan de slachtoffers en hun naasten.
De opvatting dat strafrecht gericht behoort te zijn op verbetering van de daders, die doorgaans immers ook alleen maar de slachtoffers zijn van hun omgeving, is niet alleen onzinnig maar ook bewijsbaar ineffectief. Strafrecht gaat over de samenleving, niet over de daders. De dader fungeert in het strafproces zodat iedereen kan zien dat hij werkelijk gedaan heeft waar hij van beschuldigd wordt. Na het proces zijn we de facto niet meer zo in de daders geïnteresseerd, behalve dan dat we de samenleving zo lang mogelijk tegen hun heroptreden behoren te beschermen. Van wat er achter de muren plaats vindt blijken we maar heel weinig af te weten.

Over feiten die in strijd komen met de theorieën van de verbeterbaarheid wordt weinig gepubliceerd. Therapieën en medicijnen zouden misschien kunnen werken, maar alleen als de crimineel of psychoot besluit om mee te werken. Een pastoor of dominee uit de vijftiger jaren zou zeggen dat Gods genade er alleen is voor de berouwvolle zondaar. Maar statistisch gesproken heeft de zondaar geen berouw en werkt hij niet mee aan zijn therapie. Psychiatrische patiënten die niet in een gesloten inrichting zitten slikken vaak hun medicijn niet.
Ook de ouders van de crimineel kun je wel verplichten maar niet dwingen om aan therapieën mee te werken. Ze doen het dan ook maar zelden.
Hoe kunnen we voorkomen dat iemand die als twaalfjarige een ander toetakelt met een schroevendraaier later als volwassene twee vrouwelijke agenten neersteekt met een mes? Het antwoord is we kunnen het niet en wie denkt dat de samenleving maakbaar is en de mens verbeterbaar is kortzichtig.

De gedachte dat in het gevangeniswezen sinds 1970 de harde aanpak heerst en dat dat de reden is voor toename van de criminaliteit, is een vergissing of een misleiding. In de gevangenis heerst de zachte aanpak of geen aanpak. Er is waarschijnlijk geen land in de wereld waar gevangenen zo weinig worden geconfronteerd met de gevolgen van hun daden als in Nederland. Niet dat het veel verschil maakt voor de recidive. Ook in landen waar harder tegen gevangenen wordt opgetreden is de recidive groot, met name onder degenen die uit het criminele milieu afkomstig zijn en dat is de meerderheid.

De gevangenis is voor jongeren vaak een hbo voor de criminaliteit en in de inrichtingen zijn het de geharde criminelen die de dienst uitmaken, niet de bewakers. Dat is in de VS of Brazilië niet anders dan in Nederland. Afschrikking werkt niet zegt professor de Ruiter. Ze heeft gelijk, het werkt ook niet. Maar reclassering werkt evenmin en dat was vroeger eigenlijk niet anders, toen er minder gevangenen per reclasseringambtenaar of gevangenbewaarder waren. De wortel helpt niet en de stok helpt niet.

Het punt is dat straffen niet gaan om de dader maar om het stellen van normen in de samenleving. Als de straf niet in overeenstemming is met het gewicht van de overtreden norm dan zwakt de norm af en als er niet gestraft wordt verdwijnt zij op den duur.
Zouden we het straffen eraan geven bij gebrek aan capaciteit of omdat we menen dat het niets uithaalt, dan blijft dat niet zonder gevolgen voor de samenleving en daarin horen we meer geïnteresseerd te zijn dan in het lot van de onverbeterbaren.  
Het stuk verscheen ook op de eigen webstek van Toon.

Toon Kasdorp,  04-07-2011          

Reacties
# 1
trias politica:

Een zeer belangwekkend stuk, waarvan ik niet begrijp dat het niet meer gelezen wordt. Het legy feilloos het dilemma bloot wat te doen met (vooral jeugdige) 'ontspoorden'. Als uit vele onderzoeken blijkt dat de gevangenis van de kleine crimineeltjes doorgaans grote criminelen maakt, dan is het niet rationeel om ze achter de tralies te zetten. Echter, als reclassering ook niet helpt, dan rest de vraag: wat helpt dan wel ? Tom Poes verzin een list !
In dat verband is het aardig om eens te kijken naar een stad als Singapore. Daar worden zeer duidelijke regels gesteld. Het overtreden van die regels levert zeer zware straffen op. Klaarblijkelijk werkt die aanpak, want van zware criminaliteit is daar geen sprake. Dit betekent dan, dat de oplossing van het dilemma veelmeer gezocht moet worden in de voorkoming ervan, dan in de bestrijding van reeds geschied kwaad.

05-jul 2011 ,  03:59
# 2
Frans Groenendijk:

De belangrijkste in deze materie is denk ik het vaststellen in hoeverre iemand die een misdaad gepleegd heeft nog verbeterbaar is of niet. En dan komen nog de moeilijke vragen zoals: wat voor straffen werken het meest en langdurigst afschrikwekkend bij welke groepen en welke manieren zijn er om optimaal aan dat 'opvoeden' te doen van die verbeterbare.
De ellende is dat nu veel van de beleidsbepalende opereren vanuit de zieke invalshoeks dat daders slachtoffers zijn. Alle daders.

05-jul 2011 ,  05:32
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.