Reacties
Kan iemand mij duidelijk maken wat de betekenis is van resp. Reza Aslan en vooral John L. Esposito in het Islamdebat? Begrijp niet waarom bv. Esposito zich zo inspant om de Islam met het Christendom te verzoenen.
Met hun vermogen om zichzelf voor de gek te houden en kromme redenaties op te zetten wijken mohammedanen volgens mij niet af van anderen. Grootste bezwaar tegen zo’n figuur als Ramadan is wat mij betreft trouwens niet dat hij krom redeneert maar meer dat het een wolf in schaapskleren is. Een man die tegen verschillend publiek verschillende dingen zegt. Een man die geen tegenstander is van steniging voor vreemdgaan.
De overgrote meerderheid van die hoofddoekdametjes vrees ik niet. Ik betreur alleen dat ze er blind voor zijn dat ze met hun zogenaamd individuele keuze meedoen aan het tot stand brengen van een tweedeling van vrouwen in een groep die niet en een groep die wel overlast mag worden aangedaan volgens de mannelijke interpretatie van koranvers 33:59. Ze erkennen notabene dat andere vrouwen dan zij zelf wel gedwongen worden aan mohammedaanse kledingvoorschriften voor vrouwen te voldoen. De suggestie dat ‘jouw individuele keuze’ voor diezelfde ‘mode’ daar totaal los van staat… ik kan me er geen voorstelling van maken hoe veel moeite het moet kosten om je zelf zo erg voor de gek te houden.
Vergis ik me nu of zijn kromme redenaties inderdaad kenmerkend voor Moslims (Tariq Ramadan, Sami Zemni bv.)
In de Volkskrant van 12-4-‘10 staat een artikeltje van Nora Kasrioui e.a., getiteld ‘Vrees ons niet, maar heb ons lief’. De ‘hoofddoekvrezenden’ (jullie zijn angstig (sic)) dienen te beseffen dat wij Moslima niets gemeen hebben met die allochtone jongeren die rotzooi schoppen, en dat hoofddoekjes feminisme niet uitsluiten. Wij omarmen de Nederlandse rechtsstaat en hebben geen boodschap aan de fundamentalistische Islam. Aldus in het kort het artikeltje.
Wel, Islam is Islam (zoals ook Erdogan stelde); dat gehannes met “maar dat is de fundamentalistische islam” is natuurlijk nonsens. De koran, de hadith, en Mohammed als rolmodel laten geen ruimte voor twijfel over de aggresssieve, mensonwaardige en totalitaire aard van de Islam.
En dat zou zich dan verstaan met het feminisme en de Nederlandse rechtsstaat En die hoofddoekjes geven alleen maar uitdrukking aan een of andere (meerduidige?!) identiteit, en zouden in het geheel niet vlagvertoon voor de Islam zijn?
Hoe verzin je het. Het lijkt wel of ze ook zichzelf voor de gek houden.
Angst: een veranderd straatbeeld
Het straatbeeld is veranderd door de toename van het percentage mohammedaanse vrouwen dat het haar ging bedekken of zelfs in een soort tent is gaan rondlopen. Het is belangrijk om in het achterhoofd te houden dat deze trend ook in niet-Europese landen waarneembaar is: ook in traditioneel mohammedaanse landen neemt het percentage vrouwen dat op een of andere manier gesluierd is de laatste decennia toe.
Elke mohammedaanse vrouw of meisje heeft haar eigen motief of motieven om de doek te dragen.
Uiteraard zijn er combinaties van motieven mogelijk.
Tegen de achtergrond van die volkomen verschillende motieven zou het een betreurenswaardige zaak zijn wanneer de draagsters van al die sluiervormen over een kam geschoren werden en allemaal gezien werden als uitdraagsters van de ideologie van mohammedaanse veroveringsdrang.
Het sluieren door een flink percentage van de vrouwen in een bepaalde omgeving, heeft echter onherroepelijk het effect dat er een indeling gemaakt kan worden tussen vrouwen die wel en vrouwen die daar niet aan meedoen. Niet-gesluierde vrouwen worden met minder respect, met meer onbeschoftheid of zelfs misdadig bejegend.
In verschillende beschrijvingen van vrouwen die zo’n ding zijn gaan dragen of dat een keertje doen, wordt als ‘voordeel’ van de sluiering genoemd dat ze ‘met meer respect’ behandeld worden. Voordeel staat tussen aanhalingstekens. En niet voor niets. Dat ‘voordeel’ voor hen kan alleen bestaan wanneer er tegelijkertijd een ‘nadeel’ is voor de andere vrouwen. De vraag moet dan ook luiden: met meer respect dan . .?
In de Koran zelf staat over de reden van de sluiering “..zodat haar geen overlast aangedaan wordt” (33:59). Door een deel van de mohammedanen, waaronder een aantal voormannen, wordt dit opgevat als hint dat vrouwen die niet gesluierd door het leven gaan wèl overlast aangedaan mag worden.
Een ander buitengewoon ongewenst effect van de mohammedaanse klederdracht voor vrouwen is de bijdrage die dat levert aan de vorming van mohammedaanse getto’s.
Niqabs en burqas worden trouwens ook daadwerkelijk gebruikt als mohammedaans equivalent van de seculiere bivakmuts bij terreuraanslagen en andere, ‘gewone’ misdaden.
De belangrijkste reden waarom de doeken afschuw opwekken is natuurlijk de onlosmakelijke verbondenheid van deze dracht met verregaande vormen van vrouwenonderdrukking. De verbondenheid van mohammedaanse sluiering met de onderdrukking van tientallen miljoenen vrouwen elders in de wereld straalt ook af op de minder extreme vormen er van.
