Reacties
Welkom Alf Jans. Enige tijd nadat die gekke Attya ontslagen was uit zijn hoge functie aan de Al-Azhar universiteit -dezelfde waar Obama naar toe ging om zijn bewondering voor het mohammedanisme onder woorden te brengen- werd zijn ontslag weer ongedaan gemaakt. Ik meen dat bij het vonnis niet naar de hadith verwezen werd, maar het is wel illustratief voor hoe de verhoudingen liggen: wat telt is dat de man uberhaupt nog zijn ontslag aanvocht.
Ik heb me vrijwel niet in die hadith verdiept: iedereen -haters zowel als fans van het mohammedanisme- onderschrijft dat de Koran het belangrijkste document is van de ideologie. Die biedt, eufemistisch uitgedrukt, al voldoende ‘discussiestof’ in mijn ogen.
Anderzijds is het verwerpen van de hadith door fatsoenlijke mensen nog meer vanzelfsprekend.
Geachte Frans Groenendijk
Heb uw boek onlangs uitgelezen. Ik zou graag een opmerking maken over de fatwa van de ulama Ezzat Attya over Ridha al Kebir (het de borst geven aan volwassen mannen ten einde met hun in een ruimte te kunnen verkeren). Gezien vanuit de authentieke geschriften is dit de normaalste zaak van de wereld. Het staat namelijk in de sahih hadith Muslim: Boek 008, nrs. 3424, 3425, 3426. De heer Atya kent z’n hadiths op z’n duimpje. Vanuit Mohammedaans perspectief werd hij ten onrechte ontslagen. Ook Father Zacharya Boutros heeft de Ridha al Kebir ter sprake gebracht, tot woede van veel muslims die niet op de hoogte zijn van deze authentieke hadith.
Beste Frans,
Ik kan je geen link geven van de fatwa waar ik naar verwijs. Ik kan je alleen een link geven van een artikel waar ik uit citeerde. http://www.volkskrant.nl/buitenland/article1365179.ece/Prominente_moslim-geleerden_nemen_afstand_van_fatwa
Ik heb respect voor je argusogen, ik herken die ook bij mezelf. Tegelijk is het toch van belang om te noteren dat er 15 moslimgeleerden zijn die verklaren dat er tegenwoordig geen beroep meer gedaan kan worden op de fatwa van Taymiyya. Je geeft in je antwoord meer info over de fatwa van Taymiyya, mijn vraag gaat eigenlijk over wat je vindt van moslimgeleerden die een fatwa van zijn geldigheid ontdoen.
Natuurlijk is een ‘verklaring’ wat anders dan een fatwa. Moeten we deze verklaring daarom zien als een vorm van taqiya? Moeten we van de mohammedanen eisen dat ze ‘per fatwa’ afstand doen van de (in dit geval) fatwa van taymiyya?
Ik zou kunnen verwijzen naar het boek zelf: Taymiyya komt voor op blz 120/121 en 282. Flauw, maar ik wil er mee onderstrepen dat die Taymiyya een belangrijk figuur is in de mohammedaanse theorievorming. Hij is niet de uitvinder maar wel de historisch belangrijkste beoefenaar van takfirisme: het tot niet-mohammedaan verklaren van iemand die van zichzelf beweert dat hij wel moslim is. Cruciaal voor het begrip van zijn opstelling en daarmee van de ‘fatwa’ waar je naar verwijst (linkje?) is dat het de toenmalige Mongoolse heerser betrof die zichzelf moslim was gaan noemen. Tot dan toe was de (geëiste) loyaliteit aan ‘de heerser’, elke heerser, wanneer deze zichzelf maar mohammedaan noemde zo goed als absoluut. Taymiyya maakte daar een eind aan. Ibn Taymiyya wordt door de wahhabisten, die het in Saoedi-Arabië het voor het zeggen hebben, nog steeds belangrijk gevonden. Ze staan voor een afschuwelijke invulling van het mohammedaanse gedachtegoed (onlangs werd weer eens een buitenlander tot de doodstraf veroordeeld vanwege hekserij, bijv) maar ze hebben ook iets pragmatisch. Vandaar deze uitspraken. Ze willen de Obama’s van deze wereld niet al te zeer tegen zich in het harnas jagen.
In de Volkskrant het onderstaande gelezen, ik heb alleen delen overgenomen. Ik ben benieuwd naar de reactie van Frans Groenendijk op deze bewegingen binnen het Mohammedanisme. Vooral ook de laatste zin: “Ook betogen ze dat de islam steeds opnieuw geďnterpreteerd moet worden vanwege de steeds weer veranderende politieke omstandigheden.”
..Prominente islamitische geleerden hebben uitgesproken dat een beroemde middeleeuwse fatwa waarin de heilige oorlog wordt gepropageerd, in de moderne wereld niet meer kan worden gebruikt om het doden van tegenstanders te rechtvaardigen.
..de middeleeuwse, islamitische verdeling van de wereld in een ‘huis van de islam’ en het ‘huis van de ongelovigen’ niet langer geldig..
‘Iedereen die steunt zoekt in deze fatwa om moslims of niet-moslims te doden, is fout in zijn interpretatie’
.. aldus de geleerden die oordeelden dat de bedoelde fatwa niet thuishoort in een wereld waarin mensenrechten en vrijheid van geloof wordt gerespecteerd.
Volgens de 15 geleerden moeten zijn woorden ( de fatwa van Taymiyya) echter in de historische context worden gezien, toen de Mongolen islamitische landen binnenvielen.
Angst: het niveau van de ‘islamgeleerden’
Dit hoofdstuk besluit met de constatering dat wanneer het gaat om de enthousiaste uitdragers van een ideologie, mensen die er zelfs geld en aanzien mee verwerven, het niet onderuit halen van hun onzin en leugens getuigt van zeer misplaatst respect.
‘Islamgeleerden’ kunnen niet hard genoeg worden aangepakt.
In de biografie van ‘islamgeleerden’ kom je soms tegen dat ze al vroeg de hele Koran uit hun hoofd kenden: op een leeftijd waarop ze feitelijk de inhoud ervan op geen stukken na konden bevatten. Zo’n vaardigheid zou ons in het Westen doen denken aan het ‘idiot-savant’ syndroom. Het lijkt wel alsof juist hoger in de hiërarchie van mohammedaanse geleerdheid de kans volstrekte idioten tegen te komen groter is. In het boek worden hiervan opmerkelijke illustraties gegeven.
Het is een groot misverstand dat elke levensbeschouwing of religie met respect behandeld moet worden. Respect kan gebaseerd zijn op angst of hoogachting. Wanneer je bij dit woord aan natuurverschijnselen denkt horen angst en hoogachting wel op een bepaalde manier bij elkaar maar heb je het over mensen dan staan die beiden ver van elkaar. Respect gebaseerd op angst is geveinsde (hoog)achting voor wie men eigenlijk haat.
Van democraten respect verwachten voor welke ideologie dan ook is vreemd en al helemaal wanneer dit antidemocratische ideologieën betreft zoals het mohammedanisme of het communisme.
Je kunt je oprecht afvragen of je door onomwonden kritiek op een ideologie te uiten bij mensen die een vrij vage sympathie hebben voor die ideologie, eerder zult bereiken dat ze fanatieker volgeling zullen worden van die ideologie of dat ze kritischer zullen worden. Dat is een legitieme vraag. Het antwoord zal afhangen van welke vorm die sympathie aangenomen heeft, van je relatie tot die persoon en van diens vermogen en bereidheid tot logisch nadenken.
