Angst: scheiding van godsdienst en barmhartigheid
Iemand met een levensloop zoals door veel mensen aan Mohammed wordt toegeschreven zou door ieder mens met enig fatsoen een perverse tiran genoemd worden. Wanneer zo iemand in deze tijd en hier in het Westen zou leven zou hij vervolgd worden en gevangengezet. Maar het gedrag dat wordt toegeschreven aan de historische Mohammed zelf van ruim dertien eeuwen geleden is op zichzelf niet van belang; op geen enkele manier beangstigend ook. Wel van belang is de vraag hoe zijn huidige volgelingen òmgaan met beschuldigingen aan het adres van de man die door hen wordt gezien als het grote voorbeeld. Wijzen ze die beschuldigingen af of erkennen ze zijn misdragingen en wensen ze deze misdragingen toch te verdedigen omdat dit nu eenmaal het gedrag van hun leidsman was/is en ze daar niets aan wensen of durven te bekritiseren? Een cruciaal verschil.
Dit hoofdstuk gaat in op Mohammeds geadopteerde zoon Zaïd en op Aïsha.
Het onderdeel over Zaïd wordt besloten met een harde conclusie.
Het lijkt er op dat de Koran zelf inderdaad de strekking heeft die de vunzigen er aan geven. Het is bovendien onmogelijk om deze verzen te vergoelijken door te wijzen op de historische context. Om afstand te nemen van deze passage is het zodoende onvermijdelijk dat fatsoenlijke mohammedanen op zijn minst vast stellen dat dit hele, voor Mohammed zeer belastende, stuk ten onrechte in de Koran terecht is gekomen. Een harde botsing ‘binnen de oemma’ over deze passage lijkt onvermijdelijk.
Iets vergelijkbaars -maar dan voor de hadith- geldt beslist voor de kwestie van de leeftijd van Aïsha. De beschuldiging dat Mohammed een kinderverkrachter zou zijn geweest is niet uit de duim gezogen door een ‘islam-basher’ maar komt rechtstreeks uit de hadith: de registratie van teksten over Mohammed en van de teksten van Mohammed zelf die volgens zijn eigen zeggen niet van Allah afkomstig waren.
Ene Maulana Muhammad Ali heeft -pas in 1948 trouwens!- op basis van een aantal hadith geconcludeerd dat Mohammed voor het eerst seks had met Aïsha toen ze negentien was (en niet toen ze pas negen was, zoals vaker beweerd wordt).
Deze Ali was een voorman van de ahmadiyya: een stroming die zichzelf wel ‘moslim’ noemt maar waarvan de aanhangers door andere stromingen binnen het mohammedanisme niet erkend worden als ‘medegelovigen’. De poging van de ahmadiyya om te bewijzen dat de strekking van de hadith voor wat betreft dit onderwerp lasterlijk is voor Mohammed, had ook ondernomen kunnen worden door de OIC of de Al-Azhar universiteit als onderdeel van de strijd tegen misstanden in Pakistan, Afghanistan, Jemen en andere lidstaten van de OIC.
Al-Imaam Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien : "Veel kinderen krijgen is volgens Mohammed onderdeel van een strijd"
Geboortebeperking met een specifiek aantal kinderen is tegenstrijdig met datgene wat de Wetgever (Allah) behaagt. De profeet beval namelijk om te trouwen met de vruchtbare vrouw, dat wil zeggen de vrouw die veel kinderen baart. Hij gaf als reden aan dat hij over ons gaat wedijveren met de volkeren of (sic) met de profeten.
De mensen van fiqh(2) hebben gezegd:
“Men dient de vrouw te trouwen die bekend staat om haar vruchtbaarheid: of door zichzelf als zij al eerder getrouwd was geweest en zij bekend staat om het baren van veel kinderen, of door haar verwanten zoals haar moeder en haar zus, als zij nog niet eerder getrouwd was.”

