Het begin
11 september 2001, New York. 2 november 2004: de moord op Theo van Gogh. Burgemeester van Opstelten van Rotterdam kreeg die dag een vlaag van verstandsverbijstering waar hij zich later voor verontschuldigde. George Bush en Job Cohen benadrukten echter onmiddellijk -en bleven er bij- dat de terroristen niets te maken hadden met de hoofdstroom binnen het mohammedanisme. In Nederland en in andere westerse landen is onder de bevolking evengoed het beeld over het mohammedanisme vrij negatief en dit beeld is sindsdien nog negatiever geworden.
Een negatief beeld van het mohammedanisme onder brede lagen van de bevolking en vooral expliciete kritiek op de ideologie, wordt tegenwoordig wel aangeduid als ‘islamofobie’. De leiding van de Europese Unie en de leiding van de OIC, de Organization of Islamic Conference waarin ruim vijftig landen waar mohammedanen wonen zich verenigd hebben, zien die islamofobie als ernstig probleem dat krachtig bestreden, zo niet verboden moet worden. De OIC ziet het bestrijden van islamofobie zelfs als een van haar hoogste prioriteiten: hoger dan bijvoorbeeld het voorkomen van moordpartijen van mohammedanen tegen mohammedanen in Irak, genocide in Soedan, onthoofdingen op de Filippijnen of het ‘kidnappen’ van het mohammedanisme door extremisten. Dat is nogal wat.
Sheikh Muhammed Salih Al-Munajjid: "Afvalligen moeten vermoord om te voorkomen dat anderen ook afvallig worden"
Door islam te verlaten kan een afvallige anderen op hetzelfde idee brengen en daarmee de afvalligheid bevorderen en aanmoedigen. (...) hoe kunnen ze het verlaten van de ware religie rechtvaardigen en daarmee de sharia verwerpen die Allah bekend heeft gemaakt om de mensheid te onderwijzen over zijn eenheid en hoe hij rechtvaardigheid en eerlijkheid voor allen brengt.

