Het boek online aanschaffen
Contact
Groenendijk volgen op facebook
Laatste reacties
 Door Minski

Op: Punt 29

 Door Frans Groenendijk

Op: Punt 14

 Door Frans Groenendijk

Op: Punt 14

 Door Frans Groenendijk

Op: Punt 3

 Door Frans Groenendijk

Op: Punt 18

 Door Frans Groenendijk

Op: Punt 16

 Door svg

Op: Punt 1

 Door svg

Op: Fanmail

 Door wcm.verhoeven@12move.nl

Op: Fanmail

naam   wachtwoord

Ingelogd blijven?
Wachtwoord kwijt?
  REGISTREREN (43436)

De Koran nuchter bekeken

De mohammedaanse ideologie en de Koran worden in de seculiere bespreking zonder respect behandeld. Het deel van de Koran dat gaat over hoe mensen met elkaar zouden moeten omgaan en over de gewenste inrichting van de maatschappij blijkt maar een fractie van het boek uit te maken.

Circa 85% van het hele boek gaat over het leven na de dood en over de noodzaak de visioenen van Mohammed zeer serieus te nemen.
Die vijfentachtig procent kan worden samengevat in vijf zinnetjes:

  1. Allah is heel machtig en doet wat hij wil
  2. Dat Allah bestaat blijkt uit het feit dat er dagen en nachten zijn, zon en maan, mannen en vrouwen, aardbevingen en andere natuurverschijnselen waaronder -niet te vergeten- het voorkomen van regen, waardoor plantengroei mogelijk is. Andere goden dan Allah bestaan niet omdat daar geen bewijs van is.
  3. Allah heeft eerder profeten gestuurd waar niet goed naar geluisterd werd. Met de volkeren die niet goed luisterden liep het slecht af. Nu heeft Allah Mohammed tot zijn boodschapper gekozen. Mohammed legt alles nog een keer allemaal uit in duidelijk Arabisch.
  4. Er bestaat een eeuwig leven na de dood met een hemel en een hel. In de hemel is het heel fijn, vooral voor mannen. In de hel ondergaat men oneindige martelingen. Mensen die zich gedragen volgens datgene wat dit boek zegt dat goed is, hebben kans om in de hemel te komen. Ze moeten wel blijven vrezen dat dat niet gebeurt. Goede daden doen alléén is niet genoeg: je moet ook geloven in Allah en in Mohammed.
  5. De ongelovigen komen in de hel. Christenen en joden maken nog enige kans op de hemel maar mensen die in geen enkele of in meer dan één god geloven, kunnen het wel vergeten.

De bewijsbaarheid of onbewijsbaarheid van god of goden wordt in dit hoofdstuk volstrekt oninteressant genoemd. In welke god of goden andere mensen geloven is, in welke discussie dan ook, nooit van belang: dat een of meerdere van de gespreksdeelnemers suggereert dat via hem ook een god deelneemt aan het gesprek levert nooit een ander standpunt op dan al is ingebracht door die persoon zelf.
Naast passages over straf door Allah en in het hiernamaals, telt de Koran ongeveer 100 passages die gaan over haatdragendheid en geweld door mohammedanen hier op aarde. Als meest gewelddadige wordt vers 9:29 genoemd. Met name wordt gewezen op de uitzonderlijke laatste bijzin er van. Daarin staat dat de niet-mohammedanen de extra belasting “..met eigen hand [moeten] betalen, terwijl zij onderdanig zijn.” Hoe is dat woord ‘onderdanig’ te verklaren?
Als meest onbeschaafde passage wordt 33:50 aangewezen. Hierin staat dat de Koran voor Mohammed vrouwen ‘wettig maakt‘ die in de oorlog zijn buit gemaakt en als slavin afgevoerd.
Ongeveer 130 passages in het boek hebben betrekking op vrouwen of zeggen iets over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Op veel plaatsen is het op allerlei manieren een volkomen vanzelfsprekende zaak dat de gelovigen de mannen zijn: zij zijn degenen die überhaupt aangesproken worden.

Heel onduidelijk is wat voor type sluiering (hoofddoek of zwaardere variant) precies in de Koran bedoeld wordt en niet helemáál duidelijk is in wiens gezelschap de doek af mag. Over de réden van de sluiering is de Koran daarentegen heel uitgesproken: “zodat ze [als kuise mohammedaanse vrouw] herkenbaar zijn en haar geen overlast aangedaan wordt” (33:59).

De Koran en het mohammedanisme kennen het fenomeen ‘mensen van het boek‘. Daarmee worden joden en christenen bedoeld. Een belangrijk thema van de Koran is dat aan het boek van die geloven (Bijbel en Thora) niet zo veel mis was maar dat de gelovigen een aantal zaken verkeerd hebben geïnterpreteerd en zich niet aan de voorschriften er uit gehouden hebben. Het eren van meer dan één god is het vaakst benoemde kwaad in de Koran. Daarnaast wordt nadrukkelijk het idee van Jezus als zoon van god verworpen. Op werkelijk tientallen plaatsen wordt, soms terloops, opgemerkt dat god geen zoon heeft. Waren de christenen (nog) even strijdlustig als de mohammedanen dan zouden ze de passage in vers 5:116 ongetwijfeld bestempelen als godslasterlijke en blasfemisch.

Van een aantal verzen zou men kunnen beweren dat ze staan voor een vorm van matiging, verzoening of vredelievendheid. Bij nadere beschouwing blijken slechts een stuk of tien er van daadwerkelijk verzoenend en vredelievend tegenover alle niet-mohammedanen.
Het hoofdstuk besluit met: Kortom, de opmerking uit het voorwoord dat veel meer mensen het boek zouden moeten lezen om zichzelf een oordeel te vormen, is door nauwgezette bestudering ervan stevig onderstreept. Wanneer het mohammedanisme iets vredelievends of beschaafds heeft, is dat ondanks in plaats van dankzij het geschrift dat er de basis voor legde.

ZO MAAR EEN CITAAT

Ramco uit Utrecht: "Ik weet niet waar jullie kritiek op hebben maar de kritiek is onterecht"

Het lijkt wel of iedereen Islam kenner is. Iedereen heeft zo zijn eigen beleving en zijn eigen leef wereld. Het is toch logisch dat iemand uit een land komt die jaren met Moslims (palestijnen) in strijd is geen goed woord over de islam schrijft. Als ik iedereen zo hoor, dan lijkt het of elke cristen de Koran heeft gelezen en begrijpt wat er in instaat. Ik als moslim zijnde heb de Koran nog niet eens gelezen, de meesten van jullie ook niet. Hoe kun je iets beoordelen als je niet eens weet wat het is. Maar wanneer de media alleen maar negatieve propaganda maakt, is het logisch dat een paar onwettende schapen er achteraan lopen.