Angst en verwarring: asielzoekers, ama’s, analfabetisme
In het vorige hoofdstuk werd een angst behandeld voor verschijnselen die geen rechtlijnig maar wel een duidelijk verband hebben met het mohammedanisme en omgekeerd dus met islamofobie. In dit hoofdstuk komen enkele thema’s aan de orde die nog minder of zelfs helemaal niets te maken hebben met het mohammedanisme. Maar waarom ze dan toch opgenomen in dit boek over islamofobie?
In beginsel gaat het hier echt om zaken die niets met het mohammedanisme te maken hebben maar daar op een of andere manier toch door veel mensen mee in verband worden gebracht. Het indirecte verband wordt gevormd door de vergelijkbare wijze waarop door belangrijke politieke stromingen met deze problematieken wordt omgegaan: met leugenachtig gedraai en het strooien met beschuldigingen van racisme aan het adres van iedereen die er minder sentimenteel mee omgaat.
Job Cohen: "De van Gogh-leugen (en Job Cohen)"
James Kennedy zegt daarover naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh: “Het lijdt wat mij betreft geen twijfel dat er een dubbele maatstaf geweest is ten opzichte van wat Theo van Gogh zei over moslims. Dat werd in brede kringen geaccepteerd, terwijl de discriminerende opmerkingen van moslims veel minder werden geaccepteerd”[6]. Dat is een verontrustende ontwikkeling zegt Kennedy - en ik zeg het hem graag na.

